Een ontstaansgeschiedenis van Organisatieatelier

Het Organisatieatelier is geboren! Eigenlijk tot mijn eigen verassing. Het atelier is meer ontstaan dan met voorbedachte rade en uitgewerkt concept in de wereld gezet. Een prettige ervaring en een mooie start voor een plek die ruimte hoopt te bieden aan een nieuw perspectief en nieuw discours op organiseren. Graag vertel ik je iets over hoe dat zo is gegaan.
In de winter van 2014 interviewde ik 9 mensen die in een grootscheepse reorganisatie waren betrokken (en al dan niet hun baan verloren) over mijn fascinatie voor het thema ‘verlies’. Dit om materiaal te verzamelen voor een nieuw werk vanuit dans over dat onderwerp; zoekende naar hoe verlies wél of juist geen taal en vorm krijgt in georganiseerde context.

Ik luisterde vervolgens naar de bijna 15 uur audio materiaal van de interviews achter mijn computer op Hooghiemstra. Je zult begrijpen dat daar niet veel dans of beweging uit rolde…. De behoefte aan een ruimte om ook in te kunnen dansen als ik iets maak (of dat nu dit kunstwerk is, of een offerte voor een klant) groeide.
In een telefoongesprek met Marieke Ploeg viel rond die tijd voor het eerst het woord ‘organisatieatelier’. Ik weet nog precies waar ik was; voor de liften op de derde etage van Hooghiemstra. Marieke vertelde dat zij grotere installaties wilde kunnen bouwen dan haar woonkamer toelaat en ik sprak over mijn beweegbehoefte. Een gezamenlijk verlangen nestelde zich.
Het woord viel vaker, maar een duidelijk ondernemersplan of omlijnd beeld van wat we daar dan gingen doen was er niet. Het was open. In het eerste gerichte gesprek over de idee om ook echt samen een Organisatieatelier te gaan starten bevroor in de drang vast te willen kunnen leggen wat dat dan was; wat daar moest gebeuren, wat het businessmodel was… het liep vast. Maar het verlangen bleek onverminderd en dus doken we, praktisch als we zijn, het internet op om te oriënteren op ateliers die te huur zijn.
We bezochten samen een kijkdag van te verhuren atelierruimtes in de oude Dr Bosschool aan de Maria van Reedestraat 4 in Utrecht. Daar werden we verliefd op de oude BSO-ruimte, met haar licht, kasten en gezellige lees-podium. De handtekening was zo gezet en het klussen begon.
Pas toen stond de vraag voor mijn neus: wat betekent dit voor mijn werkplek in Hooghiemstra. Nog even speelde ik met de gedachte zowel het atelier áls mijn plek in Hooghiemstra aan te houden; gehecht als ik was aan die plek en vooral de collega’s met wie ik de ruimte deelde. Ik heb niet voor niets een fascinatie voor verlies…. want hoe gemakkelijk neem ik nou eigenlijk afscheid??? Het was snel duidelijk dat dat onzinnig zou zijn. Waar ruimte gemaakt wordt, wordt ook afgebakend en losgelaten: ik zei mijn plek in Hooghiemstra met pijn in het hart op.

Ook Mieke Moor werd in die tijd verliefd op een ruimte: een cel in de voormalige gevangenis aan het Wolvenplein. Ook zei liep al langer met een verlangen, en wel naar een cel, liefst in een klooster, waar je je kan terugtrekken, waar je kan schrijven. De cel is nu haar domein. Ze verfde hem zo wit mogelijk (verwijzend naar het gedicht “Totaal witte kamer” van Gerrit Kouwenaar). Het is een plek geworden waar je je kunt terugtrekken om iets te maken, waar je goed kan focussen en misschien ook kunt ervaren wat ‘opgesloten zijn’ betekent.
Het atelier hebben we zo uitnodigend mogelijk ingericht om te kunnen gaan ‘maken’. En Mariekes dadendrang maakte dat dat in no-time gelukt! Ik leerde zelfs de decoupeerzaag hanteren.

We werken er nu; er wordt van alles gemaakt. Van papier, stift, van beweging, van adem, van stof, van gedachtes, van structuren, van wetten, van klei, van gevoelens, van krijt, van woorden… Een plek waar ruimte ontstaat voor reflectie op hoe we organiseren, een plek waar nieuwe vormen en discours van organiseren kunnen ontstaan. Een plek waar we als kunstenaars met organiseren werken en filosoferen en waar het fijn is om te zijn.
We hopen dat je op 17 september komt om de opening van Organisatieatelier mee te MAKEN!

Reacties zijn gesloten.